hoofdstuk 11

Hoofdstuk 11 Medisch Onderzoek

Dit verhaal is niet door mij geschreven maar wordt op deze site gepubliceerd met toestemming van de schrijver. Voor reacties naar de schrijver stuur een e-mail naar      hem door hier te klikken

Zo trok ik terug naar de studiezaal, waar mijn middagmaal nog wachtte. Toen ik terugkwam, zag ik Stefan mij grijzend bekijken. Nu kwam hij op mij toe : “Stop je trui in je broekje, vooruit !” Ik deed het natuurlijk. “Oei, heb je je afgetrokken ? Dan zal ik je straks straffen.” “Neen,” zei ik nog met rode ogen, “ik ben bijna verkracht door die drie hufters.” “O ja,” grijnsde hij, “dat is interessant, moet je mij straks een goed vertellen.

Na de sport kom je met mij mee.” “Ik kan niet,” zei ik, “ik moét met hen mee straks.” “Och, dat geeft niet, kunnen zij met òns mee, hé.” Nu pas drong het tot mij door dat het best mogelijk was, dat Stefan die drie flikkers had opgejut tegen mij. Hen gevraagd had mij een flink onder handen te nemen. Misschien had hij er wel geld voor gekregen !! Misschien had hij mij zopas als een vulgaire hoer verhuurd. Ik bekeek hem achterdochtig. Zou hij me dat werkelijk aangedaan hebben ? Het zou natuurlijk kùnnen : binnen het hele kader van vernedering, onderdanigheid, en noem maar op. Zou ik het hem durven vragen ? Zo dacht ik even. Maar wellicht zou het beter zijn dat nù niet te doen.

Trouwens vràgen was niet echt nodig. Ik merkte het gauw genoeg : hij hàd met het hele gebeuren te maken. Zodra de drie laatstejaars de studiezaal binnenkwamen, nog nastrelend over hun gulp, liep hij onmiddellijk op hen toe. Net als sporters die net een schitterend punt gescoord hadden, sloeg het viertal mekaar in de handen. Ze lachten luidop, terwijl ze naar me keken. Ze praatten met Stefan, terwijl ze wijde gebaren maakten. Ik kon wel door de grond zinken van schaamte. De smeerlap ! Een vijftal minuten bleven ze zo lachend en gesticulerend praten en mij vernederend, grijzend en bespottend aankijken. Daarna sloegen ze mekaar weer in de handen.

Dan kwam Stefan weer naar me toe : “Zeg, jongetje, we hebben onze ontmoeting iets uitgesteld. Vanavond na de sport ga jij rustig naar huis. Ondertussen heb je je bermudaatje al teruggekregen. Je eet thuis iets, studeert was. Zo rond acht uur verwachten wij je bij die éne jongen thuis. Zijn ouders zijn met vakantie. Dat maakt het spel wat makkelijker. Je trekt alleen de sportbroekje aan, met eronder je jockstrap – die heb je natuurlijk sinds we mekaar leerden kennen als vriendjes en echte zielsgenoten ; je brengt ook een zwemslipje – géén zwemshort – mee en een handdoek en douchegel uiteraard. Géén trainingsbroek of andere lange broek. O.K. ? En je zegt thuis, dat je wat gaan sporten met je vrienden ! Sport zal het in elk geval zijn – en zwéten zùl je ! Dus : je liegt niet helemaal. O.K. ?” Wat kon ik anders dan instemmen ? Maar het maakte me wel bijzonder zenuwachtig. Wat zouden die smeerlappen met me uithalen ?

Enfin. De studie begon. Eindigde. Er was sport. Het drietal laatstejaars deed powertraining. Ze kwamen vlug achter me aan :”Jij gaat meedoen met onze sport, vriendje, kun we je wat meer bekijken, en nog wat geiler worden als we je halfblote body zien !” Ik gehoorzaamde. Natuurlijk. Ook Stefan kwam naar de powertraining. Alweer uitzonderlijk. In de sportzaal stond een jonge sportleraar. Ik had er nooit les van gehad. Hij gaf les in het eerst en tweede jaar van de humaniora, en genoot er wellicht van om ook met wat oudere knapen te werken op woensdag.

“Oh, enkele nieuwe kandidaten,” zei hij vriendelijk, “hopelijk hebben jullie een zwemslipje bij : powertraining doen we in zwemslipje ?” Ik knikte ontkennend. “Geeft niet,’ zei hij, “dan doe je’t maar in je slipje. Da’s bijna hetzelfde, hé. En we zijn toch allemaal jongens onder mekaar.” Ik knikte maar wat verlegen.

Ik zag hoe de drie ouderejaars zich al helemaal aan het uitkleden waren ; ze stonden met hun blote lichamen naar mij toegekeerd, zodat ik hun halfstijve jongeheren kon zien. Indrukwekkend groot vond ik. Ook Stefan kleedde zich uit. Ze trokken, net als iedereen, hun zwemslipje aan. Stefan had dit blijkbaar allemaal voorzien, want nà de zwemles vanmorgen, had hij een droog zwemslipje aan. Nog maar een aanwijzing dat het hele gebeuren afgesproken was ? Nu was het mijn beurt, want ze stonden me allevier aan te kijken. Met grijnzende blikken. Wat zou ik doen ? Ik kleedde me uit tot op mijn witte onderbroekje en ging zo de zaal in.

Ik was de enige die geen zwembroekje aan had. “Och,” zei de jonge leraar tegen mij, “misschien wil je wel een zwemslipje van mij aan ? Ik heb altijd wel een extra slipje mee, voor de knapen die hun zwemkledij zouden vergeten zijn·” Ik knikte. Misschien was dat inderdaad het beste.

“Maar,” ging hij enigszins spottend door, “het is wel een broekje met een zeker “straf”karakter, want ik geloof niet dat jonge kerels hun sportkledij vergeten. Vandaar : het is een volledig wit slipje, en de voering heb ik uit het voorpandje gehaald, want wel wat genant is natuurlijk, zeker als het nat wordt, maar tja – we zijn jongens onder mekaar, dus, we weten allemaal wat we daar hangen hebben – en een tweede keer vergeten ze dan zo vlug hun zwemslipje niet !”

Ik voelde me wat opgelaten en extra verlegen. Door die bijzondere aandacht stond ik uiteraard extreem in de belangstelling.

Hoofdstuk 12

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.